top of page

Weinig politieke statements, toch waren dit de meest politieke Oscars in tijden

  • rafnjotea
  • 19 mrt
  • 3 minuten om te lezen

“Nee tegen oorlog.” Dat was de meest expliciete politieke boodschap op het podium van de Oscars afgelopen zondagnacht. Oké, er werd nog een “Free Palestine” achteraan gegooid, en bij de aankondiging van de winnaar van de Oscar voor beste documentaire kwam er een sneer naar de censuurdrang van de regering-Trump. Maar heel bezield voelde het allemaal niet. Protest met de handrem op. Veel media trokken dan ook snel hun conclusies. “Nauwelijks politieke statements tijdens Oscars.” “Beperkte politieke kritiek.” “Waarom de Oscars de politiek links lieten liggen.” Als mogelijke verklaring werd vooral gewezen op de nakende overname van filmstudio Warner Bros. door Paramount Skydance, het bedrijf van Trump-getrouwe David Ellison. Wordt Hollywood gegijzeld door de angst voor Maga? Heeft de sector zich monddood laten intimideren?


De Britse krant The Observer keek er anders naar. Ze noemde het een Oscaruitreiking met misschien weinig politieke statements, maar wel degelijk vol politiek. Dat was wellicht de meest inzichtelijke analyse van de gala-avond.


De politiek was voelbaar in de thema’s van de twee meest bekroonde films. One Battle After Another, een waanzinnig onderhoudende dollemansrit over een suffe revolutionair op zoek naar zijn dochter, speelt zich af in een Amerika geregeerd door een corrupte, extreemrechtse elite. Sinners is dan weer een duik in het diep racistische verleden en de structurele ongelijkheid van de VS die actie, horror, drama en musical vermengt tot een bezwerende genrecocktail.


Maar het is vooral in het verhaal áchter Sinners dat het politieke gewicht van deze jaargang zat. Eerst en vooral bij Michael B. Jordan. Die liet zondagnacht onder anderen Timothée Chalamet en Leonardo DiCaprio achter zich in de categorie beste acteur. Je zou het haast vergeten, maar de nog altijd maar 39-jarige Jordan vertolkte al in 2002 (!) met verve de rol van Wallace in de legendarische tv-serie The Wire. Sindsdien acteert hij consistent op een hoog niveau en werd zo steeds meer ‘bankable’, hollywoodiaans voor populair en winstgevend.


Samen met zijn agent, de Chinees-Amerikaanse Phil Sun, richtte Jordan in 2016 een eigen productiehuis op. Twee jaar later besloten ze gebruik te beginnen maken van een ‘inclusion rider’, nadat actrice Frances McDormand daar tijdens haar speech op de Oscars toe had opgeroepen. Een inclusion rider is een clausule in contracten die voldoende diversiteit eist in cast en crew. Een eenvoudig, maar krachtig instrument om een industrie die het goed voorheeft met inclusie, maar worstelt om die in de praktijk te brengen, verder in de juiste richting te duwen.


Het flauwe argument dat meer diversiteit ten koste gaat van kwaliteit, kan definitief de prullenmand in. De cameravrouw van Sinners, Autumn Arkapaw, won als eerste vrouw ooit de Oscar voor beste cinematografie.


Nog straffer is de deal die scenarist en regisseur Ryan Coogler onderhandelde met Warner Bros. over de rechten van Sinners. Scenaristen en regisseurs moeten hun auteursrechten afstaan aan een productiehuis, dat dan het idee en het scenario naar een film of serie kan helpen te vertalen. Coogler eiste dat hij die rechten na 25 jaar terugkrijgt – een (bijna) nooit eerder geziene zet. Sommige Amerikaanse media hadden het zelfs over het einde van het studiosysteem, omdat zo’n deal de toekomstige winsten van studio’s wegneemt, en dus ook investeringen vandaag op de helling zou zetten.


Coogler liet het niet aan zijn hart komen. Dat hij zijn film uiteindelijk ook zelf zal bezitten, een film die nota bene gaat over zwart eigenaarschap in het gesegregeerde zuiden van de VS in de jaren 30, was voor hem een dealbreaker. Er zijn al genoeg artiesten uitgebuit door het systeem. Je hebt natuurlijk een zekere status nodig om dat af te dwingen, maar het vereist moed om op zo’n manier tegen dat systeem in te gaan. Hollywood draait op contracten en productiestructuren. Rechtvaardigheid achter de schermen is minstens even belangrijk als ervoor.


Natuurlijk moeten wereldsterren zich ook op het podium blijven uitspreken tegen onrecht. Maar statements zijn ook makkelijk. In die zin heb ik wel begrip voor de ergernis over rodeloperactivisme. Zelfs de ergernis over de krampachtigheid waarmee diversiteit soms op onze schermen wordt geduwd, begrijp ik ergens. Niemand heeft graag het gevoel dat hij dingen door de strot geramd krijgt. Of dat gevoel dan terecht is, is weer een andere vraag.


Je zou kunnen zeggen dat Hollywood met deze editie van de Oscars terugkeert naar wat het echt moet doen. Kunst maken die spreekt. En makers belonen die de weg naar meer gelijkheid en rechtvaardigheid tonen door er zelf aan te bouwen. Show, don’t tell.


 
 
 

Opmerkingen


©2024 by Raf Njotea

bottom of page