Gevangenissen zijn al te vaak een strafkamp voor de onderklasse
- rafnjotea
- 4 jun
- 3 minuten om te lezen
Als duivels in een wijwatervat gingen ze tekeer, die jongeren op de kusttram in De Haan. Een ticketcontrole ontaardde in een brute aanvaring nadat gebleken was dat de jongeren geen geldig vervoersbewijs konden voorleggen. De smartphonebeelden die al snel circuleerden op sociale media waren best stevig. Vijf medewerkers van De Lijn en twee politieagenten belandden door het agressieve gedrag zelfs even in het ziekenhuis. De jongeren werden opgespoord en aangehouden.
Toen de raadkamer een paar dagen later besliste dat de verdachten onder strenge voorwaarden de gevangenis mochten verlaten, leidde dat tot maatschappelijke verontwaardiging. Advocaat Pieterjan Dens, die een van de verdachten verdedigt, kreeg op sociale media zelfs zware bedreigingen te verduren. Het werd zo erg (ook zijn vrouw en zoon werden vernoemd) dat hij een klacht indiende bij de politie.
Ergens is volkswoede bij dat soort incidenten begrijpelijk en tot op zekere hoogte zelfs goed. Ze is een graadmeter van onze normen, een herbevestiging van wat we collectief als ontoelaatbaar zien. Maar, zoals advocaat Dens benadrukte: de stellingname moet dan wel gebeuren op basis van correcte informatie. Want wat al die toetsenbordridders over het hoofd zagen, is dat een voorlopige vrijlating niets zegt over schuld of onschuld. Het is een inschatting van een rechter over de kans dat een verdachte in afwachting van zijn proces bijvoorbeeld zou vluchten of (nieuwe) slachtoffers zou maken.
Het hele incident legt onze maatschappelijke drang naar repressieve vergelding bloot, een drang die de laatste jaren weer lijkt te groeien. We zijn geobsedeerd geraakt door het idee dat de gevangenis de ultieme straf is. En die obsessie eist haar tol. Begin dit jaar telde ons land 2.182 gedetineerden méér dan onze gevangenissen aankunnen. Dat komt neer op een overbevolkingsgraad van 20 procent. In de praktijk vertaalt zich dat in mensonterende toestanden, chronische personeelsstakingen en meerdere veroordelingen van ons land door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Het gevaar is dat we die overbevolking als een soort natuurverschijnsel gaan zien. Terwijl het in realiteit een politieke keuze is, het resultaat van bewust beleid. Wat dat extra pijnlijk maakt, is dat decennialang criminologisch onderzoek aantoont dat een gevangenisopname de drempel om later constructief deel te nemen aan de samenleving enorm verhoogt. Dat is uiteraard geen reden om de celdeuren morgen wagenwijd open te zetten, maar toekomstgericht is het model in elk geval niet. Sommige gevangenisdirecteurs spreken zelfs over hun instellingen als heuse recidivefabrieken.
In plaats van zo veel mogelijk mensen achter tralies te willen duwen, zouden we beter eens kijken naar wíé we daar steken. Zo zit een aanzienlijk deel van de gevangenispopulatie daar in voorlopige hechtenis, zoals ook de jongeren van het incident in De Haan kortstondig. Dat zijn dus mensen die juridisch nog onschuldig zijn, maar wel alvast worden blootgesteld aan de destructieve dynamiek van de gevangenis.
Maar er is nog een choquerendere realiteit. In de aangrijpende audiodocumentaire Vrij van journaliste Layla El-Dekmak wordt die onderstreept door twee experts: het zijn disproportioneel vaak de sociaal zwakkeren die achter de tralies verdwijnen. Mensen met weinig financieel en sociaal kapitaal, zonder structureel vangnet, zonder stem. Mensen met wie we als maatschappij niet echt raad meer weten. Wie beter omringd is, een uitgebreider netwerk of meer kapitaal heeft, wie de codes van het systeem beter kent, die komt er gemiddeld met een minder ingrijpende straf vanaf.
In tegenstelling tot wat we graag geloven, is de gevangenis geen baken van gerechtigheid, maar veeleer een strafkamp voor de onderklasse. Het afvoerputje van falend welzijnsbeleid. Dat is niet alleen ontstellend onrechtvaardig, het houdt ook het risico in dat we crimineel gedrag gaan reduceren tot een intrinsiek kenmerk van een groep mensen: zij die armer zijn dan wij, zieker, minder geletterd, en vaak van buitenlandse afkomst. Dan zijn absolute hardheid en zero tolerance comfortabele eisen – die mensen lijken immers niet op ons. Voor de frauderende multinational of de gecultiveerde witteboordencrimineel zijn we vergevingsgezinder.
Onwillekeurig denk ik aan de minnelijke schikking van 1,6 miljoen euro die ING België onlangs betaalde. De grootbank wist zo een mogelijke vervolging te ontlopen voor medeplichtigheid in het witwasschandaal rond Didier Reynders. “Op deze manier willen we dit hoofdstuk uit het verleden afronden”, klonk het in een reactie van ING. Misschien moeten we de blinddoek van Vrouwe Justitia nog eens aanspannen.
Verschenen in De Standaard op 4 juni 2026




Opmerkingen