top of page

Nathan Cofnas ziet de samenleving als topsport: een meedogenloze competitie waarin alleen de besten scoren

  • rafnjotea
  • 2 apr
  • 3 minuten om te lezen

Ik heb zijn beruchte blogpost dan toch maar gelezen. In februari 2024 publiceerde Nathan Cofnas op zijn blog een lang essay met als titel: ‘Een gids voor de hereditaire revolutie. Hoe de elite terug te winnen en een betere wereld te creëren.’ De tekst kostte hem zijn plek aan de universiteit van Cambridge. En toen eerder deze maand het nieuws van Cofnas’ aanstelling aan de UGent bekend raakte, liet het onmiddellijke vervolg zich raden: ook bij ons was het kot te klein.


Cofnas is een Amerikaanse wetenschapsfilosoof en ethicus die zichzelf een ‘rassenrealist’ noemt. Hij betwist de wetenschappelijke consensus dat ras grotendeels een construct is en beweert dat verschillen in IQ-scores tussen bevolkingsgroepen niet zozeer het gevolg zijn van systemische uitsluiting of sociale achterstelling, maar vooral van genetica. Dat zou onder meer betekenen dat zwarte mensen genetisch dommer zijn dan witte mensen.


Het is een idee waar we het zeer moeilijk mee hebben. Het is pijnlijk, ongemakkelijk, controversieel. Maar het is geen reden om een wetenschapper te ontslaan. Zeker niet als hij als beste uit de aanstellingsprocedure is gekomen, wat bij Cofnas blijkbaar het geval was in Gent. Eerder had de onafhankelijke disciplinaire raad van de universiteit van Cambridge na onderzoek al geconcludeerd dat Cofnas’ uitingen “niet in strijd waren met de wet of met de universiteitsreglementen die de vrijheid van meningsuiting moeten waarborgen”.


Dat rector Petra De Sutter bij ons niet zomaar voor de druk gezwicht is, is dan ook positief. Een universiteit die zichzelf serieus neemt, moet een plek zijn waar zelfs de meest schurende aannames of bevindingen getoetst kunnen worden. De academische vrijheid is niet bedoeld om alleen comfortabele waarheden te beschermen.


Maar de werkelijke angel van Cofnas’ betoog zit niet in wat hij zegt over ras en IQ. Meer nog: die bewering noopt net tot een interessant gedachte-experiment. Want wat als het waar is? Wat als hij toch gelijk zou hebben? Hoe zouden we zo’n realiteit dan rijmen met onze morele aspiraties?


Vorige week maakte het Internationaal Olympisch Comité bekend dat trans vrouwen en intersekse personen niet meer zullen mogen deelnemen aan de vrouwencompetities van de elitesport. In de praktijk betekent dat: vrouwen die een mannelijke vorm van puberteit hebben doorgemaakt, en vrouwen met een SRY-gen, een stukje DNA dat meestal op het mannelijke Y-chromosoom ligt. Die atletes hebben immers testosteron aangemaakt, wat een effect heeft op spier- en lichaamsbouw en dus een blijvend voordeel betekent in de sport. (Er is een uitzondering voor vrouwen die volledig ongevoelig zijn voor testosteron en dus ook voor de sportieve voordelen ervan.)


Die beslissing van het IOC zat er al lang aan te komen. Sporza-journalist David Naert omschreef het terecht als de beste oplossing voor een probleem waar helaas geen perfecte oplossing voor bestaat. Daarbij stelde hij de vraag of topsport wel volledig inclusief kan zijn? “Is topsport niet per definitie exclusief, het terrein van de allerbesten?” Er is een aparte categorie vrouwen, niet om te discrimineren, maar net om een eerlijk speelveld te creëren voor een groep die anders fysiek weggevaagd zou worden door de mannelijke fysiologie. Niemand wil ervoor pleiten om die categorieën zomaar samen te gooien – en gelukkig maar. Hier is uitsluiting paradoxaal genoeg de voorwaarde voor eerlijkheid.


Dat we het daar moeilijk mee hebben, is een goede zaak. Het betekent dat we beseffen hoe pijnlijk dat is voor trans vrouwen en intersekse personen. Zeker in een wereld die hen nog steeds demoniseert, aanvalt, wegzet als freaks. Dat we inclusief wíllen zijn, ook al gaat dat in de sport niet altijd, is een teken van morele gezondheid. Een bevestiging dat ons morele kompas juist staat afgesteld.


Dat is waar het bij Cofnas lijkt te wringen. In zijn blogpost is hij zeer uitgesproken: inclusie- en diversiteitsbeleid is des duivels. Hij stelt dat we de ‘oorlog op de natuur’ moeten stoppen en suggereert daarmee een natuurlijke hiërarchie die we te accepteren hebben. Dat is het eerlijkst: de natuur heeft de kaarten nu eenmaal ongelijk geschud.


Maar daarmee trekt hij een logica die in de sportwereld geldt, door naar de samenleving als geheel. En dat is fout. Sport draait om competitie. Wie is de snelste, de beste, de sterkste? Maar in een rechtvaardige samenleving is de belangrijkste vraag wie we wíllen zijn. En dat houdt in dat we de biologische loterij niet blind volgen, maar juist dat we drempels proberen weg te vijlen die mensen verhinderen om hun potentieel te bereiken, ongeacht hun startpositie. Een eerlijke maatschappij werkt beter zonder winnaars en verliezers.


 
 
 

Opmerkingen


©2024 by Raf Njotea

bottom of page