top of page

Met het bloedgoud uit Soedan wordt een genocide gefinancierd

  • rafnjotea
  • 30 okt 2025
  • 3 minuten om te lezen

“Eerst zag ik niks. Maar toen mijn ogen gewend raakten aan het donker, kwamen vanuit de duisternis langzaamaan de bijzonderheden in de kamer tevoorschijn: vreemde dieren, standbeelden en goud — overal het gefonkel van goud.” Aan het woord is archeoloog Howard Carter, bij de ontdekking van de graftombe van Toetanchamon in 1922. Van al dat fonkelende goud was een groot deel wellicht afkomstig uit Nubië, de regio ten zuiden van Egypte, het huidige Soedan.


De Nubiërs waren vermaarde goudsmeden. Het edelmetaal had voor hen een grote economische, maar ook culturele waarde. Hun naam zou zelfs afkomstig zijn van het woord ‘nub’, oud Egyptisch voor goud. Uit archeologische vondsten blijkt dat goud al vanaf de prehistorie een rol speelde in Nubische samenlevingen. Rond 3000 voor Christus begon goudwinning via kleinschalige mijnbouw. Al snel werd duidelijk hoe groot het strategische belang van goudmijnen was. Een van de oudste landkaarten ter wereld, de papyruskaart van Turijn, is er een van een goudmijn in Nubië. Zowel de oude Nubische koningen als de Egyptische farao’s die het land uiteindelijk zouden regeren, wisten: wie de mijnbouw controleert, controleert de macht.


Het is een waarheid die nog altijd in alle wreedheid geldt. In Soedan woedt een verschrikkelijke oorlog tussen het officiële leger en een rebellenmilitie die zich de Rapid Support Forces (RSF) laat noemen. Die oorlog wordt zo goed als volledig gefinancierd door de goudhandel. Soedan is de op twee na grootste producent van goud in Afrika. Sinds het begin van de oorlog in 2023 is de productie van goud in het land bijna verdubbeld. Dat zijn dan nog maar de officiële cijfers. Als we illegale productie meetellen, ligt het totaal ongetwijfeld veel hoger. En dat terwijl de rest van de economie is ingestort. Een perverse realiteit.



De twee strijdende partijen in Soedan doen er alles aan om zo veel mogelijk goud in handen te krijgen. Want meer goud staat gelijk aan meer wapens. In Darfour, de regio in het westen van Soedan, tegen de grenzen met Tsjaad en Zuid-Soedan, is de mijnbouw grotendeels in handen van de rebellen van de RSF. Belangrijk is dat goud in Soedan amper in industriële mijnen wordt ontgonnen. De mijnbouw gebeurt op kleine, ‘artisanale’ schaal door gewone mensen. Naar schatting twee miljoen Soedanezen zijn op die manier bij de ontginning van goud betrokken. Naast de desastreuze gevolgen voor hun gezondheid, komt daar nu ook het risico op uitbuiting door oorlogszuchtige militairen en rebellen bij.


Wat gebeurt er ondertussen met dat bloedgoud? Dat komt uiteindelijk terecht op de wereldmarkt, vaak langs smokkelroutes dwars door de Verenigde Arabische Emiraten. Op die wereldmarkt blijft de goudprijs ondertussen stijgen, nog zo’n perverse realiteit. Net zoals de rest van de wereld lijken de Emiraten vooral weg te kijken van het conflict. In elk geval laten ze morele bezwaren niet tussen hen en hun portemonnee komen. Machthebbers van Abu Dhabi zouden zelfs een geheime luchthaven hebben laten bouwen op de grens met Tsjaad, vanwaar goud uitgevoerd en wapens aangeleverd worden. Hallucinant.


De oorlog in Soedan is de grootste humanitaire crisis van het moment. Sinds het begin van de oorlog zouden meer dan 20 miljoen Soedanezen op de vlucht zijn geslagen in Soedan zelf en over de landsgrenzen heen, wat het de grootste vluchtelingencrisis in de Afrikaanse geschiedenis zou maken. Burgers worden systematisch het slachtoffer van seksueel geweld, ontvoeringen, plunderingen en massamoorden. Experts vrezen een herhaling van de genocide van Darfour in 2003. En dat is niet zonder reden. Vrouwen die door de Arabische rebellen van de RSF verkracht zijn, getuigen dat hun verkrachters riepen dat ze “weldra massaal zullen bevallen van Arabische baby’s”. Wat het nog grimmiger maakt, is dat de RSF een incarnatie is van de troepen (toen nog het regeringsleger, het kan verkeren) die in 2003 de genocide tegen zwarte Afrikanen pleegden.


Afgelopen weekend is de RSF er na meer dan een jaar in geslaagd het bolwerk van het regeringsleger in Darfour te veroveren: de stad Al-Fasher. Rond de stad hebben ze een lange muur uit leem opgetrokken. De inwoners, afgesneden van voedsel en hulpgoederen, zijn vogels voor de kat. Duizenden mensen, vooral kinderen, zijn al van honger omgekomen. Bij de maandenlange belegering van Al-Fasher hebben de rebellen van de RSF zware artillerie en drones ingezet. Duur oorlogstuig, betaald met Nubisch goud dat in de Emiraten en de rest van de wereld nog feller fonkelt dan voorheen.


Om dan als westerse politicus te suggereren dat “ze” in Afrika maar iets meer honger moeten hebben... Van een perverse realiteit gesproken.


Verschenen in De Standaard op 30 oktober 2025

 
 
 

Opmerkingen


©2024 by Raf Njotea

bottom of page