Het kan niet anders dan dat besnijdenissen om niet-medische redenen op termijn verboden zullen worden
- rafnjotea
- 19 feb
- 3 minuten om te lezen
Hij was maar een paar frames in beeld, maar dat volstond om een klein piemelrelletje te ontketenen in Italië. De berichtgeving van de Olympische Winterspelen op de Italiaanse openbare omroep RAI wordt voorafgaan door een generiek met de Mens van Vitruvius. Dat is de iconische tekening van Leonardo da Vinci, waarop hij een man met de zogezegd ideale lichaamsverhoudingen afbeeldt.
Al snel na de eerste uitzending kwamen er verwijten van kijkers over censuur en doorgedreven preutsheid. De verminking van een humanistisch meesterwerk! Want in die begingeneriek van de RAI was een klein maar significant deel van de Mens van Vitruvius weggeknipt: zijn penis...

In ons land woedde een grotere, diplomatieke piemelrel, nadat Amerikaans ambassadeur Bill White had geprobeerd te wegen op het gerechtelijk onderzoek naar mogelijk illegale besnijdenissen door enkele Antwerpse moheels. Dat zijn ‘getrainde’ joodse besnijders die vaak geen medisch diploma op zak hebben, hoewel de wet dat wel voorschrijft. Het is die wet waar White zich tegen verzet.
Het besnijden van het mannelijke geslachtsdeel is al langer een van de frontlinies in de strijd tussen godsdienstvrijheid en het recht op autonomie en welzijn. Ook de hoofddoek en het onverdoofd slachten vormen vergelijkbare fronten. Telkens gaat het om de vraag: hoe absoluut moet godsdienstvrijheid zijn?
Dat religieuze leiders zich stevig roeren als er aan eeuwenoude praktijken getornd wordt, is logisch. Hun gemeenschap wordt immers geraakt in de kern van haar religieuze identiteit. Maar tegelijk moeten ze beseffen dat je moeilijk aan die praktijken kunt vasthouden wanneer die botsen met fundamentele individuele rechten.
Het pleidooi van ambassadeur White ten spijt, zie ik de wet zelfs eerder in de andere richting evolueren. In een samenleving die steeds seculierder wordt, kan het haast niet anders dan dat jongensbesnijdenissen om niet-medische redenen op termijn geheel verboden zullen worden. Vanuit humanistisch en rationeel oogpunt is dat ook de logica zelve. Want hoe je het ook wendt of keert, hoeveel duizenden jaren de praktijk misschien ook al bestaat, je verwijdert gezond weefsel dat nooit teruggroeit. En dat is een inbreuk op het recht op fysieke integriteit.
Het argument dat een verbod op besnijdenissen om niet-medische redenen zou ingaan tegen het recht op vrijheid van godsdienst, houdt geen steek. Want het cruciale punt is dat die jongens geen toestemming kunnen geven. En echte godsdienstvrijheid impliceert ook de keuze om iets niet te doen. Zodra een man wettelijk oud genoeg is om zelf te kiezen voor een besnijdenis is er geen enkel probleem. Dan is het een autonome daad van geloof of identiteit. De godsdienstvrijheid is dus gewaarborgd.
Hetzelfde geldt wat mij betreft trouwens voor de hoofddoek. Wanneer een volwassen vrouw beslist haar hoofd te bedekken, is dat haar goed recht. Maar dat meisjes van zeven of acht jaar een hoofddoek (moeten) dragen terwijl hun broertjes in korte broek ravotten, wat ik regelmatig zie in mijn buurt, is moeilijker te aanvaarden. Daar gaat het natuurlijk niet over een onomkeerbare lichamelijke ingreep, dus het is minder ingrijpend. Maar het principe is hetzelfde. Baas over eigen hoofd. Chef over eigen fluit.
Toen in 2019 het verbod op onverdoofd slachten werd ingevoerd in Vlaanderen en Wallonië, kwam er felle tegenkanting van joodse en islamitische organisaties. Ze trokken naar het Grondwettelijk Hof en zelfs naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Maar bij beide instanties vingen ze, terecht, bot.
Het arrest van het Grondwettelijk Hof daarover geeft duidelijk de richting aan waar we als samenleving naartoe evolueren. Het Hof erkende dat het verbod “een beperking inhoudt van de godsdienstvrijheid van joodse en islamitische gelovigen”, maar dat die beperking beantwoordt “aan een dwingende maatschappelijke behoefte” en dat ze “evenredig is met de nagestreefde doelstelling om het dierenwelzijn te bevorderen”. Ik zie nu al voor me hoe een verbod op besnijdenissen om niet-medische redenen in de toekomst in gelijkaardige bewoordingen gestaafd zal worden.
In een moderne samenleving mag traditie geen vrijgeleide zijn om permanent in te grijpen in het lichaam en het leven van een ander wezen. Dat zou net zo goed moeten gelden in het rituele slachthuis als aan de werktafel van de moheel. Alle heilige wetten uit eerdere tijdperken ten spijt. Het recht op vrijheid van godsdienst is er absoluut een om te koesteren en te beschermen, zolang het andere rechten niet fundamenteel schendt. Het zomaar wegknippen van een misschien klein, maar significant deel van het lichaam, is zo’n schending. De verminking van een humanistisch meesterwerk, zouden sommigen zeggen.
Verschenen in De Standaard op 19 februari 2026



Opmerkingen