top of page

Een ouderschapstest, ‘in het belang van het kind’? Niet zo snel

  • rafnjotea
  • 4 sep 2025
  • 3 minuten om te lezen

Terug naar school. Voor veel kinderen kwam het geen moment te vroeg. Het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling benadrukte vorige week nog dat vakanties risicoperiodes zijn voor kindermishandeling omdat gezinnen dan lang dicht op elkaar leven. Aanleiding was de dood van een baby van vijf maanden na vermoedelijke mishandeling door de vader, die ook verdacht wordt van opzettelijke slagen aan zijn ander kind van tien jaar.


Na dat voorval vraag ik me nog maar eens af hoe het kan dat iedereen die er biologisch toe in staat is, nog altijd zomaar kinderen mag krijgen. Wie wil adopteren, wordt – gelukkig maar – grondig gescreend, maar nieuw leven mag zomaar gekweekt worden. Terwijl dat bij het kostbaarste en kwetsbaarste is dat er is. Hoe logisch is dat?



In Denemarken bestaat er zoiets als een bekwaamheidstest voor ouderschap. Die forældrekompetenceundersøgelse (FKU) is een onderzoek waaraan ouders in spe in Denemarken onderworpen kunnen worden als de autoriteiten vrezen dat ze niet fatsoenlijk voor hun kinderen zullen kunnen zorgen. Als er, bijvoorbeeld, een verslavingsproblematiek is of een risico op mishandeling. Of als de ouders cognitief niet sterk genoeg bevonden worden. Het onderzoek bestaat voornamelijk uit gesprekken en duurt 15 tot 20 uur. Het peilt onder andere naar zelfbeeld, fysiek en mentaal welzijn, levensvisie en toekomstplannen en kijkt naar hoe de toekomstige ouders reageren op denkbeeldige scenario’s.


Topidee, zou je denken. Hoe meer kinderen behoed kunnen worden voor een verontrustende opvoedingssituatie, hoe beter. Alles in het belang van het kind. Alleen is zo’n bekwaamheidstest niet zo voor de hand liggend als hij lijkt. Want wat blijkt in Denemarken? Dat bij mensen met een Groenlandse Inuit-achtergrond de kinderen gemiddeld vijf keer vaker worden weggenomen dan bij ‘autochtone’ Denen. Kunnen de Groenlanders gewoon minder goed voor hun kinderen zorgen? Of is er meer aan de hand?


Volgens mensenrechten- en antiracismeorganisaties zijn de FKU-tests opgesteld vanuit een te westers perspectief. Het onderzoek is niet afgestemd op de Groenlandse taal en culturele eigenheden. Zo wordt er gepeild naar de interpretatie van sommige gezichtsuitdrukkingen, maar die zijn cultureel verschillend. Om die reden zetten die organisaties de FKU weg als racistisch of neokoloniaal. De Deense regering lijkt te erkennen dat daar iets van aan is. Sinds begin dit jaar is er namelijk een wet die het gebruik van het onderzoek bij ouders met een Groenlandse achtergrond verbiedt – ook al wordt die wet niet altijd even nauwgezet toegepast. Ook de meeste nieuwsmedia nemen die visie op de FKU over.


Maar dat is een al te eenvoudige benadering van het probleem. De spijtige realiteit is dat er onder de Groenlanders meer alcoholmisbruik is dan onder ‘autochtone’ Denen, en mede daardoor ook meer geregistreerd intrafamiliaal geweld. Dat mogen we niet ontkennen. Als dat betekent dat er meer kinderen moeten worden weggehaald bij Groenlandse ouders, dan is dat spijtig, maar nodig. Omdat de Deense gemeentelijke autoriteiten om privacyredenen niet mogen communiceren over specifieke zaken, krijgen we in de media alleen de kant van de gebroken ouders te horen. Voorstanders van de FKU halen aan dat de Deense autoriteiten allesbehalve lichtzinnig met de tests omspringen, zeker gezien de ophef erover. Dat ze gezinnen dus alleen opbreken als daar echt gegronde redenen toe zijn. Ik kan zeker aannemen dat dat waar is.


Toch valt ook daarbij weer een belangrijke kanttekening te maken. Want Denemarken deed al vaker “in het belang van het kind” ontwrichtende ingrepen in de Groenlandse bevolking. Ingrepen waar we nu met afgrijzen op terugkijken. Het sprekendste voorbeeld is het ‘kleine Denen’-experiment. In 1951 werden 22 Inuit-kinderen uit Groenland naar pleeggezinnen in Denemarken gestuurd. Het opzet was om alleen weeskinderen te selecteren, maar dat was uiteindelijk maar voor zes van hen het geval. Het doel? Hen heropvoeden en zo een nieuwe elite creëren voor het onderontwikkelde Groenland, destijds nog een Deense kolonie.


Na het experiment, dat langer dan een jaar duurde, werden zes van de 22 kinderen door hun Deense pleeggezinnen geadopteerd. De zestien die terugkeerden naar Groenland, kwamen in weeshuizen terecht. Ze waren hun moedertaal verleerd en zouden nooit meer bij hun familie wonen. Van alle 22 ‘kleine Denen’ zouden er uiteindelijk elf in de loop van hun leven te kampen krijgen met mentale problemen, verslaving en zelfmoordpogingen. De helft daarvan stierf als jongvolwassene.


De Deense FKU herinnert ons eraan dat iets doen “in het belang van het kind” complexer is dan we in eerste instantie denken. Want wat als die belangen blind zijn voor de risico’s van cultureel isolement en sociale vervreemding? Neokolonialisme mag geen excuus zijn om wantoestanden niet aan te pakken. Maar we moeten er wel waakzaam voor blijven, want het is een paradigma waarvan we niet altijd weten dat we erin zitten. Soms met desastreuze gevolgen.


Verschenen in De Standaard op 4 september 2025

 
 
 

Opmerkingen


©2024 by Raf Njotea

bottom of page