De grootste protestzanger aller tijden heet niet Bob Dylan en komt uit Nigeria
- rafnjotea
- 27 nov 2025
- 3 minuten om te lezen
“Wij zeggen nee, nee, nee tegen een azc. Genoeg is genoeg, vol is vol. Weg ermee.” Begin deze maand woedde er in Nederland een strijd in de hitparade. Het begon allemaal met deze zeer geïnspireerde, met AI gemaakte song die protesteert tegen asielzoekerscentra en “asielzoekers met fatbikes, iPhones, dure jassen”.
Het nummer raakte bij veel mensen een gevoelige snaar en haalde in korte tijd meer dan 2 miljoen streams. Daardoor was het in de hitlijsten opgeklommen tot de tweede plaats, tot afgrijzen van progressief Nederland. Een reactie liet niet lang op zich wachten. Eerst werd geprobeerd om via Spotify het nummer offline te laten halen. Toen dat niet lukte, kwam er een nieuwe strategie. De feministische actiegroep Dolle Mina riep via sociale media op om een andere, bestaande song massaal te streamen: ‘Vrijheid, gelijkheid, zusterschap’ van Sophie Straat. Het plan werkte. Straats liedje sprong over ‘Nee, nee, nee’.
Muziek gebruiken om een politieke boodschap te brengen is natuurlijk niet nieuw. ‘Strange fruit’, in 1939 gezongen door Billie Holiday, was een aanklacht tegen de racistische lynchpartijen in het gesegregeerde Amerika en kan gelden als een van de eerste commerciële protestsongs. Maar de lijst is lang. Het oeuvre van legendes als John Lennon en Bob Dylan is bijna helemaal gebouwd op het besef dat muziek politiek protest een ziel kan geven.
De grootste protestzanger ooit is misschien wel de Nigeriaan Fela Kuti. Zijn verhaal en nalatenschap worden uitgebreid verteld in de sublieme recente podcast Fela Kuti: fear no man. Kuti had het activistische vuur geërfd van zijn moeder Funmilayo, een invloedrijke vrouwenrechtenactiviste. Hij kanaliseerde dat vuur naar muziek en begon vanaf de jaren 70 onderwerpen aan te kaarten als kolonialisme en Afrikaanse trots. Toen hij zijn pijlen begon te richten op de corrupte, gewelddadige Nigeriaanse overheid, gingen de poppen pas echt aan het dansen.
Kuti gebruikte zijn muziek als stormram tegen het regime. Dat deed hij trouwens met een heel nieuwe sound, een nieuw genre: afrobeat, een hypnotiserende mix van West-Afrikaanse muziektradities met Amerikaanse jazz en funk. Miles Davis noemde het de muziek van de toekomst. Kuti werd een held van het volk.
Die heldenstatus werd mee opgebouwd in The Shrine, de nachtclub die Kuti opende in een volkswijk van miljoenenstad Lagos. Vlak bij de club lag zijn huis, dat hij uitriep tot een minivrijstaat, onafhankelijk van Nigeria. Het was een plek waar muziek en verzet samenvloeiden, een zenuwcentrum van rebellie. Dat was de autoriteiten uiteraard een doorn in het oog. Zeker omdat Kuti er constant joints rookte en zich omringde met veel vrouwen – die hij overigens niet altijd even goed behandelde.
Hoe hoger Kuti’s ster rees, hoe gevaarlijker hij werd voor de autoriteiten. De in Nigeria gevreesde politie en het leger vielen hem constant lastig. Hij werd meer dan tweehonderd keer gearresteerd. Soms verdween hij voor weken achter de tralies. Maar telkens weer antwoordde hij met zijn muziek. Er ontstond een soort steekspel: deed Kuti iets dat de hoge piefen niet zinde, dan volgde een arrestatie of intimidatie. Zo’n voorval herwerkte Kuti op zijn beurt dan meteen in een nieuw nummer waarmee hij de autoriteiten in de gordijnen jaagde.
Weinigen wisten muziek en activisme zo naadloos door elkaar te weven als Fela Kuti. Een schitterend voorbeeld is ‘Expensive shit’, volgens de legendarische drummer en producer Questlove “een van de slimste songs over kakken in de postmoderne popgeschiedenis”. (Lang verhaal, check aflevering vijf van de podcast.) Maar Kuti’s belangrijkste protestsong blijft ‘Zombie’, over soldaten die hersenloos bevelen opvolgen. Het nummer was als een bezwering; het gaf gewone mensen op een haast irrationele manier het lef om in te gaan tegen de politie. Soms begonnen ze het te zingen terwijl ze door een agent geïntimideerd werden. Alle kinderen kenden het bijbehorende dansje, dat viraal ging voordat ‘viraal gaan’ bestond. En dat allemaal terwijl Kuti’s muziek officieel verboden was.
‘Zombie’ leidde uiteindelijk tot een georkestreerd beleg van Kuti’s huis door het Nigeriaanse leger. Zo’n duizend soldaten legden het huis en de nachtclub volledig in de as. Kuti en zijn familie werden zwaar aangepakt; zijn moeder zou overlijden aan de gevolgen van de inval. Kuti reageerde later op de hem typerende manier. Met twee nieuwe nummers.
Ik moest aan Fela Kuti denken toen ik de betogers deze week op straat zag komen. Hoe gerechtvaardigd hun woede misschien ook is: ergens lijkt de vonk niet helemaal over te slaan. Zijn wij, de rest, simpelweg uitbetoogd? Opgeslokt door koning kapitalisme? Of mist het protest bezieling? Is er nood aan een nieuw refrein? Ik nomineer Pommelien Thijs. “Zo zie je: de geschiedenis herhaalt zich. De kleine mens betaalt zich blut, een kleinigheid voor de 1 procent die overblijft.”
Verschenen in De Standaard op 27 november 2025




Opmerkingen