Zoeken
  • rafnjotea

Alleen klootzakken liegen

Bijgewerkt: 22 jan 2020

“The best journey takes you home.” De quote hangt in een ongeïnspireerde zwarte fotokader aan de muur tegenover het bed waarop ik lig. Het zijn van de meest nietszeggende woorden die ik ooit gelezen heb, maar ik kan even niet anders dan het er roerend mee eens te zijn. Help.


*


“Look was het, he?”, vraagt de man achter de toonbank, zijn hand al trigger-happy op de sauspomp. De anderhalve seconde die ik nodig heb om te beseffen dat hij het tegen mij heeft, is er anderhalve te veel. Wanneer ik wil aangeven dat ik eigenlijk cocktail besteld heb, druipt de looksaus al van mijn broodje. Ik forceer een glimlach en knik, neem het dampende aluminiumpakje aan en begeef me naar het pleintje waar we hebben afgesproken. Eerlijk gezegd heb ik er nu al geen zin meer in.


Nog geen minuut nadat ik de helft van de kebab heb weggegooid, komt er een dakloze vrouw in uitgerekend die vuilbak voelen. Ik wil haar waarschuwen, eerlijk waar, maar bedenk me dan dat dat wel al te gênant zou zijn. “Niet in die vuilbak, mevrouw!” Nee, dan is het minder pijnlijk om het tafereel gewoon te negeren. Terwijl ik nog snel een derde kauwgom in mijn mond prop, zie ik hoe de vrouw met een grimas aan haar hand ruikt. Ik moet durven zeggen wat ik denk.


“Raf?” Meteen al heb ik door dat dit hele opzet een slecht idee was. Die nasale stem, net iets te hoog. Zo’n stem die je al beu bent na één woord. Ik doe alsof ik niets gehoord heb. “Ben jij Raf?” Ik weet niet wat ik gehoopt had dat er zou gebeuren, maar in elk geval is de persoon achter mij niet weggegaan of verdampt. Ik draai me om. “Ja! Dat ben ik. Hallo.” In een oogopslag zie ik dat dit nooit iets kan worden. Hij is te blond. Te verzorgd. Te gretig. Ik doe mijn uiterste best om niet via mijn lichaamstaal weg te geven dat ik liever thuis in de zetel had gelegen en op mijn gemak het nieuwste seizoen van BoJack Horseman had gebinged. Ik twijfel even of ik hem niet gewoon een hand zou geven, maar uiteindelijk dwingt de conventie me tot een kus. Ik moet nu vertrekken, denk ik bij mezelf. Nu.


*


Padser. Boktorpedo. De Patrijs. Ik probeer grappige varianten van recente Vlaamse filmtitels te bedenken met beesten. BoJack Horseman is precies zo verfijnd omdat je tot in de allerkleinste details naar humor op zoek kunt gaan. Een pijnscheut snokt me uit mijn mijmering. Ik weet niet wat er daar beneden aan het gebeuren is, maar aangenaam is het allerminst. En toch blijf ik doen alsof.


*


De enige onderwerpen die we aansnijden op café zijn zijn mopshond, de gespannen relatie tussen hem en zijn collega Tessa en de nieuwste FC De Kampioenenfilm. Nooit geweten dat iemand zo lang aan een stuk door kan ratelen. Toegegeven, ik stel hem wel steeds nieuwe vragen en veins oprechte interesse. Maar ja, je kan toch moeilijk niks zeggen?


Wanneer we het café verlaten, merkt hij op dat het heel gezellig was. Toch? “Hm!”, antwoord ik, om geen ja maar ook geen nee te moeten zeggen. Aan de glimlach op zijn gezicht merk ik dat mijn gesmoorde antwoord er alsnog te enthousiast is uitgekomen. Fuck, denk ik. Ik had ook kunnen zeggen: “Je bent een lieve jongen, maar dit gaat echt niet werken.” Of: “Sorry, ik ben gewoon nog niet klaar voor meer.” Of: “Het was leuk, maar ik voelde niet echt een klik.” Zoveel opties. Kennelijk was ik niet bereid om me tot dat soort clichés te verlagen, maar gewoon neen zeggen kon ik ook niet over mijn hart krijgen. Waarom wil ik nooit de klootzak zijn, zelfs maar voor heel even?


“Dus?”, vraagt hij met een blik vol anticipatie. Ik heb geen idee wat hij gevraagd heeft. Al dat ratelen heeft zijn tol geëist. Wanhopig ga ik in zijn ogen op zoek naar een hint. Tot mijn afgrijzen leest hij daar een signaal in, waarna hij zich naar mij buigt en me begint te kussen. In mijn hele gestel gaan alarmbellen af, maar omdat het mega-awkward zou zijn om plots terug te trekken, kus ik maar mee. Tien lange, lange seconden. “Ik vroeg of je morgen moet werken of niet?” Voor ik er erg in heb, heb ik al geantwoord. Eerlijk natuurlijk, want alleen klootzakken liegen. Meteen schiet er een vlam in zijn ogen. “Perfect,” lacht hij, “dan gaan we eerst nog iets drinken bij mij thuis. Ik woon vlakbij!”


*


Help. Verkrampt van ongemak kijk ik naar die onnozele quote terwijl hij gretig bezig is tussen mijn benen. Te gretig. Opnieuw doet hij iets dat een pijnscheut door mijn lijf jaagt. Enkele spieren trekken samen. Hij stopt even om iets te zeggen, kijkt mij aan. “Is het goed?”, vraagt hij met die nasale stem van hem. “Heel goed”, antwoord ik.


Verschenen op zizomag.be op 21 december 2019



18 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven